Hello world!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
Ondanks haar 30 31 jaar, leuke baan en redelijk intelligent voorkomen, snapt Clueless er nog steeds niks van. Toch is ze over het algemeen vrolijk – hoewel bij vlagen irrationeel chagrijnig -, meestal gezellig, beetje maf, soms grappig, altijd slordig & onhandig, verre van punctueel & niet altijd even lief. Clueless ziet er niet doorsnee uit, is dol op eten, rookt niet meer (!) en heeft- zoals elke zichzelf respecterende single vrouw – een kat. Erger nog, een zwarte kat. Dit verklaart weer een hoop natuurlijk.
Als ze tijd en inspiratie heeft, schrijft ze columns. Ooit hoopt ze nog een roman uit haar mouw te kunnen schudden, tot die tijd zal ze haar schrijfwoede en hersenspinsels botvieren op deze weblog. Enjoy!
Ondanks haar 30 31 jaar, leuke baan en redelijk intelligent voorkomen, snapt Clueless er nog steeds niks van. Toch is ze over het algemeen vrolijk – hoewel bij vlagen irrationeel chagrijnig -, meestal gezellig, beetje maf, soms grappig, altijd slordig & onhandig, verre van punctueel & niet altijd even lief. Clueless ziet er niet doorsnee uit, is dol op eten, rookt niet meer (!) en heeft- zoals elke zichzelf respecterende single vrouw – een kat. Erger nog, een zwarte kat. Dit verklaart weer een hoop natuurlijk.
Als ze tijd en inspiratie heeft, schrijft ze columns. Ooit hoopt ze nog een roman uit haar mouw te kunnen schudden, tot die tijd zal ze haar schrijfwoede en hersenspinsels botvieren op deze weblog. Enjoy!
"Wanna dance, baby?" Zijn accent, hoewel flink beneveld, was onmiskenbaar Engels. Ongegeneerd blies hij zijn schorre stem in mijn nek en liet her en der wat spetters achter. Ik rilde, prikte een vinger in zijn schouder en duwde hem van me af. "I’m thirty." Plots leek hij te kunnen zien door zijn alcoholwaas, want hij keek me bepaald geschokt aan. Liet zijn blik zakken en monsterde me vervolgens argwanend van teen tot top. "Huu," gromde hij, en maakte zich uit de voeten. Zo oud ben ik nou.
Zuchtend liet ik me op een kruk vallen, terwijl ik het onthutsende tafereel dat zich voor mij op de dansvloer afspeelde gadesloeg. Ze konden niet ouder dan vijftien zijn, maar gedroegen zich als rasechte Denise Mullers. Achterwerken ter grootte van slechts xe9xe9n van mijn billen zwiepten omhoog, nauwelijks bedekt door iets dat tegenwoordig als rokje door het leven gaat, maar vroeger gewoon een brede riem werd genoemd. Puberende puistenkoppen reden er lustig tegenaan, af en toe eens naar voren meppend alsof ze een paard in beweging wilden krijgen. Als dit een aflevering van Ally Mc Beal was geweest, hadden hun tongen op de grond gelegen. Nu scheelde het niet veel. Ik betrapte me op ouwelijke gedachten als ‘die jeugd van tegenwoordig’ en ‘moeten jullie niet in bed liggen?’ Maar misschien was ik ook wel gewoon jaloers. Duidelijk was dat dit mijn scene niet meer was. Ik was te oud voor Lanzarote. Oud, uitgezakt en kolossaal. Zo voelde ik me inmiddels, na drie zulke nachten. Ik wisselde wat rollende ogen met Fatima, die al net zo min gelukkig was met onze kersverse status als stokouwe vrijster, en besloot toen me nog even niets aan te trekken van mijn opkomende thirdlifecrisis. ‘t Was vakantie, for fucks sake! Om maar even in de Engelse sferen te blijven. En dus trok ik mijn schouders op en sprong tussen de halfnaakte tieners. Fatima volgde en spreidde gelijk wat adembenemende dansmanoeuvres ten toon. Ha, we mogen dan een stel ouwe besjes zijn, dansen kunnen we heus wel! Of in ieder geval Fatima dan.
Het duurde niet lang voordat er van alle kanten tegen ons werd aangereden, en ik me slechts ten dele per ongeluk in een hoekje liet drijven. Hij was best leuk, danste lekker ook. En hij stond tenminste niet als een zotte tegen m’n kont aan te slaan. Dus dansten we wat verder, steeds dichter tegen elkaar aan. Af en toe fluisterde hij wat in m’n oor, maar daar verstond ik niks van. Hoefde wat mij betreft ook niet, zo was het ook prima. Tot hij zich weer richting mijn oor bewoog en zonder waarschuwing z’n tong erin stak. Waah!
"Gotta go," hijgde ik, en rende naar de uitgang. Fatima stond vastgeplakt aan iemands gezicht, en het duurde even voor ze doorhad dat ik klaar was om te vertrekken. Eindelijk kwam ze de trap op, en wees naar twee mannen die voor ons stonden.
"Dat is ‘m," siste ze. "De leuke vent van die andere club, die ik wat voor jou vond."
Inmiddels toch benieuwd naar het type dat ze aan mijn smaak koppelde, loerde ik zijn kant op toen we langs de twee mannen liepen. Halleluja! Ze had gelijk. Niet alleen was hij de enige man in deze ruimte oud genoeg om auto te mogen rijden – hell, dat deed ie waarschijnlijk al minstens vijftien jaar – hij was bovendien verrukkelijk! M’n mond moet open hebben gehangen toen ik langs hem liep, want hij keek me wat bevreemd aan.
"Leaving so soon?" kwam er uit zijn goddelijke mond, en zijn ogen glinsterden plagerig.
"Well yes," durfde ik uit te brengen. "Unless you give me a good reason to stay."
De toon was gezet. We bleven. We kregen Baileys. Fatima ging op een gegeven moment geloof ik terug naar haar zestienjarige zoenpartner, maar heel zeker weet ik het niet. Ik had namelijk alleen maar oog voor Alberto. Zo heette hij. Hij was een local, een echte Lanzarotixebr, maar zijn Engels was perfect. We kletsten, dansten, lachten en flirtten, uren achter elkaar. Hij bleek mij al wel eerder te hebben gezien, in die andere club. Zei dat ie te verlegen was om me aan te spreken. U begrijpt: ik smolt voor deze man. Ben dol op stoere verlegen types. Gelukkig was ie niet txe9 verlegen. Hij liep weg om drankjes te halen, maar had mijn hand nog vast. Geloof ik. De precieze toedracht weet ik niet meer, alleen dat hij lachte om iets wat ik opmerkte, zich breed grijnzend terugdraaide en het schattigste zei dat ik in jaren had gehoord: "I like you."
Het is maar goed dat ik fatsoenlijke kleren aan had, en niet alleen een brede riem met een smal topje. Anders was ik als gesmolten boter uit elkaar gevallen.
"I like you too," wist ik nog net uit te brengen, voordat hij mijn gezicht met beide handen vastpakte en me de meest geweldige zoen gaf die ik in eh, tijden had gehad. De zoen duurde zowat de hele avond, tot de lichten aangingen en we buiten nog wat verder zoenden. We vonden een bankje, niet ver van Fatima vandaan, die nog steeds aan die zestienjarige engerd vastgeplakt zat. Hij vertelde me waar hij werkte, woonde, meestal uitging. Zei dat ie me elke dag wilde zien, voordat ik terug naar Nederland zou gaan. Het was helemaal perfect. Opeens geloofde ik toch wel een beetje in liefde op het eerste gezicht. Op zijn minst in vakantieliefde op het eerste gezicht. Maar Fatima wilde weg, en dus spraken we af voor de volgende avond: middernacht in club Paradise. Mooier kon bijna niet.
Maar ik had natuurlijk geen rekening gehouden met Murphy. Die ene, die mijn zijde maar niet verlaat. Me altijd even moet laten weten dat hij er nog is, net als het me niet uitkomt. Zoals die donderdagavond in Lanzarote. Want niet alleen was Fatima ineens niet vooruit te branden, maar net toen ik haar zover had onder de douche te springen, werd het donker. Pikdonker. En doodstil. We keken naar buiten, en ook daar was het donker. Geen licht bij de receptie, geen straatlantarens. Zelfs bij de boulevard verderop was geen neonlicht te bekennen. Lastig opmaken zo. Gelaten gingen we op bed liggen, wachtend tot de stroom weer een teken van leven zou geven. Eindelijk, vlak na middernacht, sprong alles weer aan. Anderhalf uur te laat kwamen we aan in club Paradise. Geen spoor van Alberto. Gelukkig had ik hem gewaarschuwd voor mijn apunctuele karakter, en wist ik me nog te herinneren dat hij naar ‘onze’ club zou gaan als ik te laat zou zijn. Dus vertrokken we niet veel later naar de plaats waar het allemaal begon. Onhandig, want daar was het groot en druk. We haalden daarom eerst een Baileys, en al huppelend in het vooruitzicht Alberto weer te zien, sprong ik op de dansvloer.
…
Het was alsof mijn teen werd gespiest! Sterker, dat was ook zo. Ik voelde warm vocht langs mijn schoen naar beneden lopen, en hinkelde naar de toiletten. Daar werd de schade pas echt duidelijk. Een grote plas bloed vormde zich om mijn linkervoet. Ik had ineens zes tenen, want de middelste was in tweexebn gereten door een gebroken glas op de dansvloer. Ugh. Al het bloed uit mijn hoofd kwam uit mijn teen naar buiten. Zo voelde het in ieder geval. Fatima kwam geschrokken achter me aan en dirigeerde me naar een bankje in de hoek. Razendsnel had ze een medewerker met een stapel jodium en verband gevonden, die daar gelijk driftig mee aan de slag ging. Helaas was het verband ook al snel doorweekt met bloed, en dus besloot men dat ik beter even naar buiten kon gaan, waar toevallig een ambulancepost was. De broeders werden uit bed gehaald, haalden het verband er weer af, wierpen een blik op mijn gehavende teen, verbonden hem opnieuw en zetten koers naar het ziekenhuis. "Stitches," begreep ik nog net. Dat de ambulancebroeders verdomd leuk waren, verlichtte mijn pijn aanzienlijk.
Terwijl we lustig foto’s maakten van ons memorabele tripje in de ambulance – hoe vaak maak je dat tenslotte mee – en wat e-mailadressen uitwisselden met de appetijtelijke broeders, werden we door een wat schimmig gedeelte van Lanzarote gereden tot we aankwamen bij een nog schimmiger gebouwtje. Het ziekenhuis. Er was welgeteld xe9xe9n dokter, en xe9xe9n verpleegster. Beiden moesten uit een diepe slaap worden gerammeld, voor ik naar de operatiekamer werd geleid. De dokter was duidelijk niet in zijn nopjes met deze nachtelijke verstoring. Hij gromde wat bevelen mijn kant op, trok het verband eraf, stak een stel naalden in mijn teen en was tamelijk hardhandig bij de schoonmaak van mijn gapende wond. Na wat een eeuwigheid leek, hinkte ik met mijn bebloede schoen in de hand en acht hechtingen in mijn teen het ziekenhuis uit. Eigenlijk voelde ik me helemaal niet zo slecht. Een aspirientje, en ik kon gewoon weer terug naar de disco, waar Alberto misschien nog zou zijn! Ik werd al vrolijk bij het idee. De broeders waren zo lief om ons terug te brengen, maar een aspirientje weigerden ze me resoluut. "No painkiller after alcohol!" Streng hoor. Zelfs mijn verklaring dat het echt maar xe9xe9n Baileys was geweest, kon ze niet vermurwen.
Halverwege de rit was plots de verdoving uitgewerkt. Felle pijnscheuten trokken van mijn teen omhoog door mijn hele been en ik veranderde terstond in een hoopje ellende. Ik zag nog net dat we langs onze club reden en verbeeldde me zelfs dat ik Alberto zag staan. Maar ik zei niks. Stapte dankbaar uit bij ons appartement, waar ik de trap af strompelde naar mijn bed. Ik wilde alleen nog maar slapen. De rest van de vakantie heb ik Alberto niet meer gezien. Hoe ik ook in mijn geheugen groef, ik kon me niet meer herinneren waar hij werkte, woonde, of altijd naartoe ging. Het was over, die ene perfecte avond met die ene perfecte man voor altijd in mijn hart gegrift. Hij zou denken dat ik hem had laten zitten, misschien de week erop weer een nieuwe perfecte avond met iemand anders beleven. Of misschien was ie wel getrouwd, je weet tenslotte maar nooit. Liefde en Clueless gaan immers niet goed samen, weet ik inmiddels. Freakin’ hell. Misschien moet ik mijn geluk toch meer in het spel gaan beproeven. Is er niet nog een leuke reis te winnen?
"Wanna dance, baby?" Zijn accent, hoewel flink beneveld, was onmiskenbaar Engels. Ongegeneerd blies hij zijn schorre stem in mijn nek en liet her en der wat spetters achter. Ik rilde, prikte een vinger in zijn schouder en duwde hem van me af. "I’m thirty." Plots leek hij te kunnen zien door zijn alcoholwaas, want hij keek me bepaald geschokt aan. Liet zijn blik zakken en monsterde me vervolgens argwanend van teen tot top. "Huu," gromde hij, en maakte zich uit de voeten. Zo oud ben ik nou.
Zuchtend liet ik me op een kruk vallen, terwijl ik het onthutsende tafereel dat zich voor mij op de dansvloer afspeelde gadesloeg. Ze konden niet ouder dan vijftien zijn, maar gedroegen zich als rasechte Denise Mullers. Achterwerken ter grootte van slechts xc3xa9xc3xa9n van mijn billen zwiepten omhoog, nauwelijks bedekt door iets dat tegenwoordig als rokje door het leven gaat, maar vroeger gewoon een brede riem werd genoemd. Puberende puistenkoppen reden er lustig tegenaan, af en toe eens naar voren meppend alsof ze een paard in beweging wilden krijgen. Als dit een aflevering van Ally Mc Beal was geweest, hadden hun tongen op de grond gelegen. Nu scheelde het niet veel. Ik betrapte me op ouwelijke gedachten als ‘die jeugd van tegenwoordig’ en ‘moeten jullie niet in bed liggen?’ Maar misschien was ik ook wel gewoon jaloers. Duidelijk was dat dit mijn scene niet meer was. Ik was te oud voor Lanzarote. Oud, uitgezakt en kolossaal. Zo voelde ik me inmiddels, na drie zulke nachten. Ik wisselde wat rollende ogen met Fatima, die al net zo min gelukkig was met onze kersverse status als stokouwe vrijster, en besloot toen me nog even niets aan te trekken van mijn opkomende thirdlifecrisis. ‘t Was vakantie, for fucks sake! Om maar even in de Engelse sferen te blijven. En dus trok ik mijn schouders op en sprong tussen de halfnaakte tieners. Fatima volgde en spreidde gelijk wat adembenemende dansmanoeuvres ten toon. Ha, we mogen dan een stel ouwe besjes zijn, dansen kunnen we heus wel! Of in ieder geval Fatima dan.
Het duurde niet lang voordat er van alle kanten tegen ons werd aangereden, en ik me slechts ten dele per ongeluk in een hoekje liet drijven. Hij was best leuk, danste lekker ook. En hij stond tenminste niet als een zotte tegen m’n kont aan te slaan. Dus dansten we wat verder, steeds dichter tegen elkaar aan. Af en toe fluisterde hij wat in m’n oor, maar daar verstond ik niks van. Hoefde wat mij betreft ook niet, zo was het ook prima. Tot hij zich weer richting mijn oor bewoog en zonder waarschuwing z’n tong erin stak. Waah!
"Gotta go," hijgde ik, en rende naar de uitgang. Fatima stond vastgeplakt aan iemands gezicht, en het duurde even voor ze doorhad dat ik klaar was om te vertrekken. Eindelijk kwam ze de trap op, en wees naar twee mannen die voor ons stonden.
"Dat is ‘m," siste ze. "De leuke vent van die andere club, die ik wat voor jou vond."
Inmiddels toch benieuwd naar het type dat ze aan mijn smaak koppelde, loerde ik zijn kant op toen we langs de twee mannen liepen. Halleluja! Ze had gelijk. Niet alleen was hij de enige man in deze ruimte oud genoeg om auto te mogen rijden – hell, dat deed ie waarschijnlijk al minstens vijftien jaar – hij was bovendien verrukkelijk! M’n mond moet open hebben gehangen toen ik langs hem liep, want hij keek me wat bevreemd aan.
"Leaving so soon?" kwam er uit zijn goddelijke mond, en zijn ogen glinsterden plagerig.
"Well yes," durfde ik uit te brengen. "Unless you give me a good reason to stay."
De toon was gezet. We bleven. We kregen Baileys. Fatima ging op een gegeven moment geloof ik terug naar haar zestienjarige zoenpartner, maar heel zeker weet ik het niet. Ik had namelijk alleen maar oog voor Alberto. Zo heette hij. Hij was een local, een echte Lanzarotixc3xabr, maar zijn Engels was perfect. We kletsten, dansten, lachten en flirtten, uren achter elkaar. Hij bleek mij al wel eerder te hebben gezien, in die andere club. Zei dat ie te verlegen was om me aan te spreken. U begrijpt: ik smolt voor deze man. Ben dol op stoere verlegen types. Gelukkig was ie niet txc3xa9 verlegen. Hij liep weg om drankjes te halen, maar had mijn hand nog vast. Geloof ik. De precieze toedracht weet ik niet meer, alleen dat hij lachte om iets wat ik opmerkte, zich breed grijnzend terugdraaide en het schattigste zei dat ik in jaren had gehoord: "I like you."
Het is maar goed dat ik fatsoenlijke kleren aan had, en niet alleen een brede riem met een smal topje. Anders was ik als gesmolten boter uit elkaar gevallen.
"I like you too," wist ik nog net uit te brengen, voordat hij mijn gezicht met beide handen vastpakte en me de meest geweldige zoen gaf die ik in eh, tijden had gehad. De zoen duurde zowat de hele avond, tot de lichten aangingen en we buiten nog wat verder zoenden. We vonden een bankje, niet ver van Fatima vandaan, die nog steeds aan die zestienjarige engerd vastgeplakt zat. Hij vertelde me waar hij werkte, woonde, meestal uitging. Zei dat ie me elke dag wilde zien, voordat ik terug naar Nederland zou gaan. Het was helemaal perfect. Opeens geloofde ik toch wel een beetje in liefde op het eerste gezicht. Op zijn minst in vakantieliefde op het eerste gezicht. Maar Fatima wilde weg, en dus spraken we af voor de volgende avond: middernacht in club Paradise. Mooier kon bijna niet.
Maar ik had natuurlijk geen rekening gehouden met Murphy. Die ene, die mijn zijde maar niet verlaat. Me altijd even moet laten weten dat hij er nog is, net als het me niet uitkomt. Zoals die donderdagavond in Lanzarote. Want niet alleen was Fatima ineens niet vooruit te branden, maar net toen ik haar zover had onder de douche te springen, werd het donker. Pikdonker. En doodstil. We keken naar buiten, en ook daar was het donker. Geen licht bij de receptie, geen straatlantarens. Zelfs bij de boulevard verderop was geen neonlicht te bekennen. Lastig opmaken zo. Gelaten gingen we op bed liggen, wachtend tot de stroom weer een teken van leven zou geven. Eindelijk, vlak na middernacht, sprong alles weer aan. Anderhalf uur te laat kwamen we aan in club Paradise. Geen spoor van Alberto. Gelukkig had ik hem gewaarschuwd voor mijn apunctuele karakter, en wist ik me nog te herinneren dat hij naar ‘onze’ club zou gaan als ik te laat zou zijn. Dus vertrokken we niet veel later naar de plaats waar het allemaal begon. Onhandig, want daar was het groot en druk. We haalden daarom eerst een Baileys, en al huppelend in het vooruitzicht Alberto weer te zien, sprong ik op de dansvloer.
…
Het was alsof mijn teen werd gespiest! Sterker, dat was ook zo. Ik voelde warm vocht langs mijn schoen naar beneden lopen, en hinkelde naar de toiletten. Daar werd de schade pas echt duidelijk. Een grote plas bloed vormde zich om mijn linkervoet. Ik had ineens zes tenen, want de middelste was in tweexc3xabn gereten door een gebroken glas op de dansvloer. Ugh. Al het bloed uit mijn hoofd kwam uit mijn teen naar buiten. Zo voelde het in ieder geval. Fatima kwam geschrokken achter me aan en dirigeerde me naar een bankje in de hoek. Razendsnel had ze een medewerker met een stapel jodium en verband gevonden, die daar gelijk driftig mee aan de slag ging. Helaas was het verband ook al snel doorweekt met bloed, en dus besloot men dat ik beter even naar buiten kon gaan, waar toevallig een ambulancepost was. De broeders werden uit bed gehaald, haalden het verband er weer af, wierpen een blik op mijn gehavende teen, verbonden hem opnieuw en zetten koers naar het ziekenhuis. "Stitches," begreep ik nog net. Dat de ambulancebroeders verdomd leuk waren, verlichtte mijn pijn aanzienlijk.
Terwijl we lustig foto’s maakten van ons memorabele tripje in de ambulance – hoe vaak maak je dat tenslotte mee – en wat e-mailadressen uitwisselden met de appetijtelijke broeders, werden we door een wat schimmig gedeelte van Lanzarote gereden tot we aankwamen bij een nog schimmiger gebouwtje. Het ziekenhuis. Er was welgeteld xc3xa9xc3xa9n dokter, en xc3xa9xc3xa9n verpleegster. Beiden moesten uit een diepe slaap worden gerammeld, voor ik naar de operatiekamer werd geleid. De dokter was duidelijk niet in zijn nopjes met deze nachtelijke verstoring. Hij gromde wat bevelen mijn kant op, trok het verband eraf, stak een stel naalden in mijn teen en was tamelijk hardhandig bij de schoonmaak van mijn gapende wond. Na wat een eeuwigheid leek, hinkte ik met mijn bebloede schoen in de hand en acht hechtingen in mijn teen het ziekenhuis uit. Eigenlijk voelde ik me helemaal niet zo slecht. Een aspirientje, en ik kon gewoon weer terug naar de disco, waar Alberto misschien nog zou zijn! Ik werd al vrolijk bij het idee. De broeders waren zo lief om ons terug te brengen, maar een aspirientje weigerden ze me resoluut. "No painkiller after alcohol!" Streng hoor. Zelfs mijn verklaring dat het echt maar xc3xa9xc3xa9n Baileys was geweest, kon ze niet vermurwen.
Halverwege de rit was plots de verdoving uitgewerkt. Felle pijnscheuten trokken van mijn teen omhoog door mijn hele been en ik veranderde terstond in een hoopje ellende. Ik zag nog net dat we langs onze club reden en verbeeldde me zelfs dat ik Alberto zag staan. Maar ik zei niks. Stapte dankbaar uit bij ons appartement, waar ik de trap af strompelde naar mijn bed. Ik wilde alleen nog maar slapen. De rest van de vakantie heb ik Alberto niet meer gezien. Hoe ik ook in mijn geheugen groef, ik kon me niet meer herinneren waar hij werkte, woonde, of altijd naartoe ging. Het was over, die ene perfecte avond met die ene perfecte man voor altijd in mijn hart gegrift. Hij zou denken dat ik hem had laten zitten, misschien de week erop weer een nieuwe perfecte avond met iemand anders beleven. Of misschien was ie wel getrouwd, je weet tenslotte maar nooit. Liefde en Clueless gaan immers niet goed samen, weet ik inmiddels. Freakin’ hell. Misschien moet ik mijn geluk toch meer in het spel gaan beproeven. Is er niet nog een leuke reis te winnen?
Ik durf al weken niet meer op m’n log te kijken, maar kan de reacties wel ongeveer inschatten. Vergeven jullie ‘t me als ik zeg dat ik wegens familieomstandigheden wel wat anders aan m’n hoofd had? Want dat is echt zo. Vanaf het moment dat ik hoorde dat mijn vader een herseninfarct had gehad, kon m’n log me gestolen worden. Gek, want eerder nog kon m’n vader me gestolen worden. Ik beschouw het maar als een wake-up call; nu doen we beiden aan diefstalpreventie. Helaas was het drama daar nog niet mee afgelopen, maar de rest zal ik jullie besparen. Gelukkig is er dat clichxe9 over zonneschijn na regen, want morgen is het zover: dan ga ik eindelijk naar Kreta! Een week lang op vakantie met zeventien mensen waar ik vooralsnog alleen de naam van ken. Ik ben benieuwd. En ik beloof: het reisverslag volgt snel! Jullie hebben tenslotte ook het verslag van Lanzarote nog tegoed…
Eh… sorry?
Ik durf al weken niet meer op m’n log te kijken, maar kan de reacties wel ongeveer inschatten. Vergeven jullie ‘t me als ik zeg dat ik wegens familieomstandigheden wel wat anders aan m’n hoofd had? Want dat is echt zo. Vanaf het moment dat ik hoorde dat mijn vader een herseninfarct had gehad, kon m’n log me gestolen worden. Gek, want eerder nog kon m’n vader me gestolen worden. Ik beschouw het maar als een wake-up call; nu doen we beiden aan diefstalpreventie. Helaas was het drama daar nog niet mee afgelopen, maar de rest zal ik jullie besparen. Gelukkig is er dat clichxc3xa9 over zonneschijn na regen, want morgen is het zover: dan ga ik eindelijk naar Kreta! Een week lang op vakantie met zeventien mensen waar ik vooralsnog alleen de naam van ken. Ik ben benieuwd. En ik beloof: het reisverslag volgt snel! Jullie hebben tenslotte ook het verslag van Lanzarote nog tegoed…
Mensen, ik ben vakantie vieren. Tot over acht dagen! Of meer natuurlijk, mij kennende.
Mensen, ik ben vakantie vieren. Tot over acht dagen! Of meer natuurlijk, mij kennende.
Het leven zit vol keuzes. Dat maakt het ook zo lastig allemaal. Want elke dag breek ik mijn hoofd er weer over: Rok of broek? Rok? Okay. Welke, van de twintig? En welke schoenen dan daarbij? Erger nog, wat moet ik erboven doen dan? En oh god, welke ketting? Met die kleine knopjes of die lange oorbellen? Wel of geen lijntje boven m’n ogen vandaag? Oogschaduw? Bruin, naturel, groen of paars? Ik vind het zo lastig om te kiezen, dat ik mijn make-up altijd overal mee naar toe zeul en vaak ook nog een extra outfit bij me heb. Hoe vermoeiend! Vind je ‘t gek dat ik elke ochtend te laat kom. Al die keuzes, gek wordt een mens ervan. Op m’n werk is het al niet anders: Zal ik beginnen met kranten lezen, zoals het hoort, of heb ik echt zo weinig zin dat ik eerst m’n mail doe? En dan: eerst dat persbericht schrijven, Boulevard terugbellen, dat interview met die acteur regelen of al die rottige fotoverzoekjes afhandelen? Of toch maar gelijk het echte werk, en me storten op de organisatie van die persviewing of fotoshoot? Meestal komt het dan neer op koffie halen. Krantje lezen. Mailtjes daarna. En dxe1n eens wat doen. Ik ben echt geen ochtendmens. Na vannacht weet ik zeker – dat ik ook geen nachtmens ben. Het begon met het Boek. Ik kwam er voor het eerst mee in aanraking in het vliegtuig, van Praag naar Amsterdam. Ik had het boek dat ik van mijn collega’s had gekregen over e-mailende vriendinnen die bijna dertig waren per ongeluk in mijn koffer gedaan, en had nu dus niets te lezen bij de hand. Gelukkig mocht ik het boek van mijn reisgenote lenen. Loverboy, heette het. Van Renxe9 Appel. Nooit eerder had ik iets van hem gelezen, maar de achterflap intrigeerde me. Na een paar bladzijdes intrigeerde het me nog veel meer; het kon bijna geen toeval meer zijn! Het ging over een vrouw die een boek schreef. En over een journalist. Een journalist die vreemd ging, sinds een maand of vijf. Geschreven vanuit het perspectief van de minnares, en die van ‘de vrouw’. Ik weet niet of het aan de airconditioning in het vliegtuig lag, maar gedurende de hele vlucht stonden alle haartjes op mijn armen en benen recht overeind. Kippevelwerk dus, vooral omdat het allemaal zo herkenbaar was. Het was alsof ik mezelf zag. Zou hij ook dezelfde smoezen hebben gebruikt wanneer hij bij mij was? "Sorry schat, moet vanavond een interview doen. En anders heb ik wel een borrel, of moet ik researchen in de kroeg." Handig beroep toch, dat journalist-zijn. Volkomen van de wereld was ik. Ik hing er dan ook wel een paar kilometer boven, dat kan er ook mee te maken hebben gehad. In ieder geval las ik of mijn leven ervan af hing, want de vlucht duurde niet langer dan een uur en een kwartier. Daarna zou het boek voorgoed met mijn reisgenote mee gaan, en weer terug naar de bibliotheek. En dus las ik, vrat ik de bladzijden en hield de rest van de wereld even op te bestaan. Het bleek het ideale middel tegen vliegangst, want een uur later merkte ik niet eens dat we waren geland. En dat het vliegtuig inmiddels al gezellig tegen zo’n slurf aanschurkte, waar de hele inhoud van het toestel in leegliep. Met tegenzin gaf ik het boek terug. Toen ik even later een Bruna tegenkwam die nog open was, aarzelde ik dan ook geen moment. Hop met dat boek! Ergens vond ik dat ik maar de helft had hoeven betalen, omdat ik immers de eerste helft al uit had, maar daar trapte de cassixe8re niet in. Jammer hoor. Thuis las ik verder, me steeds verder identificerend. Met de minnares natuurlijk, die steeds meer moeite begon te krijgen met de situatie, maar ook met de vrouw. Die heus doorhad wat er aan de hand was, maar haar man niets liet merken. Hoe frustrerend voor de lezer. Ik identificeerde me zelfs met de journalist, die verscheurd door verliefdheid enerzijds en de angst om zijn vrouw te kwetsen anderzijds, volkomen verlamd werd en maar niet wist wat hij moest doen. Ademloos las ik verder. Ik wilde weten hoe het afliep. Zou zijn vrouw hem met de waarheid confronteren? Zou zijn minnares de vrouw bellen? Zouden ze betrapt worden? Of het onmogelijke: zou hij een keuze maken? Voor haar, of voor zijn vrouw? Spanning ten top. Ik zat er helemaal in, tot de vrouw ineens iets raars deed. Ze kocht een pistool en besloot de minnares voorgoed uit de weg te ruimen. Creepy. Maar, dom als het mens bleek te zijn (of was het zo gepland?), hield ze er geen rekening mee dat haar vent misschien wel eens bij zijn minnares zou kunnen zijn, en dus schoot ze de verkeerde dood. Hem. De journalist. Volgens mij heb ik gehuild. Hoe kon Renxe9 dat nou doen? Hoe moest ik nu ooit te weten komen wat er werkelijk om was gegaan in het hoofd van de journalist, hoe kon ik nou ooit weten wat er was gebeurd met zijn affaire? Of hij ooit had kunnen kiezen, of zij het had volgehouden? Woedend was ik, op meneer Appel. En eigenlijk ben ik dat nog steeds. Want de ellende blijft over. De minnares belt de vrouw om te vragen of ze op de begrafenis mag komen. My worst nightmare. Tranen met tuiten – wat dat ook zijn, rolden over mijn wangen. Ik kon niet meer verder lezen. Sindsdien doe ik steeds nieuwe pogingen, vooral omdat de achterflap zegt: uiteindelijk blijkt dat de werkelijkheid negentig graden anders ligt dan ze had gedacht. Zou hij dan toch niet dood zijn? Of was ie achteraf heel slecht, een loverboy? De titel moet ergens op slaan tenslotte. Ik kom er maar niet achter. Elke bladzijde is een beproeving, elke zin een aanslag op mijn humeur. Ik word niet gelukkig van dit boek. Maar ik kan maar niet kiezen: het voorgoed terzijde leggen, of mezelf elke avond weer kwellen met een paar nieuwe pagina’s? Dit dilemma hield mij vannacht ook bezig, toen mijn onderbuurvrouw ineens een keel opzette. Ze had weer eens ruzie met haar vriend, midden in de nacht. Hoe vaak was ik wel niet tussenbeide gekomen, met gevaar voor eigen lijf en vooral: nachtrust? Kan me nog wel herinneren dat ik meermaals met wallen tot op mijn enkels op mijn werk verscheen omdat ik de nacht ervoor urenlang had zitten bemiddelen. Of dat ik eens op de verkeerde plek stond toen ik probeerde de twee kemphanen uit elkaar te trekken, wat me bijna een blauw oog opleverde. Nee, echt veel zin om me er weer tussen te mengen had ik niet. En bovendien: het was al maanden koude oorlog tussen mij en mijn onderbuurvrouw, die ooit mijn beste vriendin was. Toch kon ik het niet loslaten. Niet alleen kon ik moeilijk slapen met dat kabaal; ik kon onmogelijk doen alsof ik niet ongerust was. Ze ging tekeer als een speenvarken dat naar de slachtbank werd geleid, en al het gestommel eromheen gaf me bepaald hartkloppingen. Toen heb ik voor het eerst de knoop doorgehakt, en gedaan wat ik al veel eerder had moeten doen: Ik heb de politie gebeld. Natuurlijk belden de stommelingen eerst bij mij aan; ik mag hopen dat ze niet alle bellen in het gebouw hebben uitgeprobeerd. Maar uiteindelijk werd er dan toch open gedaan bij mijn onderburen, en werden de twee apart van elkaar verhoord. Ik had mijn voordeur een klein stukje openstaan, wilde immers wel weten of het een juiste beslissing was geweest. Het gesnik van mijn buurvrouw ging door merg en been, de antwoorden van de agente zo mogelijk nog meer. Ik hoorde iets over een zakmes, en gesneden. Wie er was gesneden, weet ik niet. Haar ziekte werd genoemd ("Zoo, manisch depressief – da’s niet niks"), en mijn hart ging naar haar uit. Ik kreeg zin om naar beneden te lopen en haar te knuffelen, te vertellen dat ze altijd bij me terecht kon. Maar ik deed het niet. Onze vriendschap is niet meer, en dat is maar goed ook. Ik luisterde nog even of het in orde kwam, en deed toen resoluut de deur dicht. Wellicht heb ik hier geen vrienden mee gemaakt, maar xe9xe9n ding is zeker: voor het eerst ben ik honderd procent zeker dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Wie weet wat er anders was gebeurd. En volgende keer? Dan hoef ik niet eens meer te kiezen, en bel ik gewoon weer. Eigenlijk zou dit het einde van het verhaal moeten zijn, denk ik, maar ik ga nog even door. Normaal gesproken had ik na lang wikken en wegen (kan ik dit nu wel of niet schrijven, waar vind ik een clue, moet ik niet eens stoppen met tikken, is dit wel sociaal verantwoord etc.) uiteindelijk besloten niks te doen; te stoppen. Maar nu niet. Ik voel me namelijk ineens zo sterk en keuzevaardig, dat ik lekker doe waar ik zin in heb. En dat ik gelijk een paar andere knopen heb doorgehakt: nee, ik ga niet voor dit blaadje en die site columns schrijven. Bedankt allemaal, maar deadlines zijn niks voor mij. Voor xe9xe9n site maak ik een uitzondering, omdat die goed aansluit bij mijn stijl en bovendien door veel uitgevers wordt gelezen. Dus, vanaf 1 augustus is Clue vaste columniste bij Chicklit.nl! Misschien nog wel leuker: ik ga ook interviews doen met schrijvers, voor dezelfde site. Zo voel ik me al bijna zelf een echte schrijfster. Oh en nog xe9xe9n ding dat jullie allemaal aangaat, en nee, het is geen democratisch proces: Clue gaat adverteren! Zo, dat is eruit. Shoot me, hate me if you will, maar het zal deze nieuwe en herboren besluitvaardige Clueless aan haar reet roesten. Er wordt me verdorie geld geboden om niks te doen! Geen keuzes, niets, alleen maar eenmalig een dingetje van zo’n datingsite op mijn site plaatsen. En oh heerlijkheid, dan is het eindelijk eens aan jullie om te kiezen: klikken of niet? (Mag ik aanraden om wel te klikken? Wie weet, levert het wel de liefde van je leven op. De prins op het witte paard, de prinses op de stofzuiger. Of mooie, diepe en intense vriendschappen, leuke contacten, aardig tijdverdrijf. En anders in ieder geval: money for Clue!)